Stikstof Tekort van erg naar beginnend

'Bladschimmel' Bacterial leaf spot

€ 0.5 /st  Regulier m/v

€ 2 /st  Feminized



Outdoorkingseeds@protonmail.com  

Kalium Tekort, randjes

Botrytis

-jij bent de enige persoon op de wereld die daar komt, kijk naar menselijke activiteit als paden, afval , jagerhutten etc. Vergeet ook niet dat je planten makkelijk twee meter kunnen worden.

- Het is een open plaats waar wind en zon aankunnen. Kweek niet in een bos.

- het heeft een goede oriëntatie, neem zeker een kompas mee op je zoektocht. Iedereen kent: de zon gaat op in het oosten, ’s middags zuiden en gaat onder in het westen.  Gebruik deze informatie!
Je kan zonder problemen planten zetten met in het noorden een bos of grote bomen, in het zuiden wordt dit quasi onmogelijk. Vergeet niet meer licht = meer groei!  Verder is het ook belangrijk om je oostkant zo open mogelijk te hebben, de eerste zon doet namelijk de dauw op je plant verdampen en helpt zo enorm bij het voorkomen van schimmel en rot.

-het heeft een goede grond die met weinig werk op te waarderen is, zandgrond is bijvoorbeeld best zwart van kleur. Kijk naar de planten die er op groeien, brandnetels duiden soms op een bruikbare, voedzame grond, maar lang niet altijd. Neem een klein schopje mee als je op zoek gaat en bekijk de grond, knijp er ook een keertje in.

-het heeft een goede waterhuishouding, dus niet droog en niet nat, ook hier vertelt de aanwezige begroeiing je veel. Lange grassen en naaldbomen betekenen waarschijnlijk dat het te droog is, biezen en riet komen voor op natte gronden. Een riviertje in de omgeving is meestal een voordeel aangezien het grondwater daar niet te diep zit voor de plantenwortels.

- het is geen oude stortplaats, een vuile grond betekent zware metalen in je geliefde plant, niet bevorderlijk voor je longen

 Guerilla Gids

- De grond niet te nat wordt!
     Tip: hef de pot op om te wegen hoe zwaar hij is. In het begin weeg je eerste een pot                    zonder plantje met de juiste hoeveelheid water in de potgrond, na een tijd heb je dit in je        vingers en hoeft dit niet meer.


- De grond niet volledig uitdroogt


- Er luchtcirculatie is rond de jonge planten! Fannetjes of ventilaror 


- Stilstaande vochtige lucht is namelijk de ideale omgeving voor bepaalde ziektekiemen. In    een kweekkast of miniserre zet je dus zeker computer fannetjes of iets dergerlijks op je          jonge planten.


- Er voldoende licht is (de vensterbank is hierdoor dus het minst geschikt)

Meeldauw:

Outdoor King Seeds

Outdoor King's

 
Wat heb je nodig voor een geslaagde Guerilla oogst in ons klimaat?


In mate van belangrijkheid:

                                 Zin om er  in te vliegen
                                 Een zorgvuldig uitgekozen plekje / de Guerilla spot
                                 Goede BuitenGenetica/zaden
                                 Deftige voorbereiding
                                 En een tikkeltje geluk

In wat volgt bespreken we chronologisch de verschillende stappen die je doorloopt voor een goede Guerilla kweek. Als je deze gids goed volgt onze tips ten harte neemt, garanderen wij je een goede en grote oogst. Ook met regen weer.

1.     Eigenschappen van een goede Guerilla spot
 

Belangrijk is geen genoegen te nemen met de eerste de beste plaats die toevallig dicht bij je huis is. Neem je tijd om het perfecte plekje te zoeken, dit voorkomt veel problemen en een goede plek kan je jaren na elkaar gebruiken. Gebruik google maps,  met het ‘earth’ zicht voor een eerste verkenning van je omgeving. Zo zien bruikbare brandnetel veldjes er uit op google earth:












Hierna ga je voor een wandelingetje ter plekken, neem een schopje en een kompas mee.

 Een goede Guerilla plaats voldoet aan deze voorwaarden: 

Als er veel van volgende lijst planten voorkomen op een plaats is de grond niet geschikt om op te kweken zonder grote ingrepen. Wegens te natte grond: Riet, biezen, ... Wegens te schrale grond: naaldbomen, grassen, heide of weinig begroeiing in het algemeen

Verder is het verdomd handig als je overdag en niet ’s nachts naar je spot kan gaan kijken zonder al te groot risico om gezien te worden. Probeer er zo eentje te zoeken, je zal jezelf dankbaar zijn, geloof me. (plant je rond mais: deze is omstreeks half juli hoog genoeg om je achter te verschuilen zonder hard te moeten bukken)

Er zijn ook kwekers die planten in maisvelden zetten. Dit is echter geweten bij de politie die jaarlijks canna helicopters inzet om deze op te sporen. Omstreeks half juni, als de mais aan zijn 8ste blad is en tot kniehoogte komt spuiten de boeren geen herbiciden meer en zou je kunnen uitplanten.

Veel Guerilla kwekers nemen een verrekijker, een vishengel of hun hond mee als excuus voor moesten ze toch ‘betrapt’ worden. Ikzelf heb dit nooit gedaan, maar ik heb wel altijd een verklaring in men hoofd waarom ik daar ben: “ik had gehoord dat hier braakballen van de holenuil te vinden waren”,  “ik ben op zoek naar een bloeiende moerasspirea voor mijn herbarium” …
In het uiterst zeldzame geval je toch betrapt zou worden bij je planten, geef dan nooit toe dat het jouw planten zijn. Jouw verklaring is dikwijls het enige bewijs dat ze kunnen krijgen. Zeg liever iets als: “ik zag de planten staan en kwam eens kijken, had ze nog nooit in het echt gezien, mooie plant uiteindelijk, vind je niet?”

 

2.     De voorbereiding


Spot klaar maken.



​De oorspronkelijke begroeiing moet weggehaald worden en op bijna alle plaatsen wordt de grond best opgewaardeerd. Dit doe je  minimum twee weken voor je de zaailingen in de grond steekt zodat de grond zich terug kan ‘zetten’ en het bodemleven zich kan aanpassen aan de gewijzigde situatie. Wil je minder wiedwerk? Doe dit dan in februari (en leg eventueel worteldoek).

Een legerschup en goede werkhandschoenen zijn het enige wat je nodig hebt voor dit soort werk. Heel handig aan de legerschup is dat je deze als ‘houweel’ kan plooien en dat dit zich bovendien laat opvouwen waardoor het makkelijk in een rugzak past. Loop je gewoon met schup in je hand door de wildernis zullen eventuele voorbijgangers achterdochtig worden.

Vergeet niets lekkers te drinken, te roken of te eten mee te nemen! Kwestie van het werken plezant te houden.

Brandnetelvelden kan je door hun dicht oppervlakkig wortelnetwerk relatief makkelijk weghalen door op je knieën te gaan zitten en de bovenste laag volledig ‘op te rollen’ zoals grasmatrollen of af te scheuren, zorg wel dat je niet al te veel grond afschraapt de bovenste 10cm grond bevat het merendeel van de goede eigenschappen van de bodem.
Verder let je best op dat je van wortelonkruiden zoveel mogelijk wortel verwijderd, dit bespaart je veel werk later op het jaar. Bekende wortelonkruiden zijn: . Dat er nog wat groen op je veld ligt maakt niet uit, dit verteert tot voedingstoffen.
Hierna strooi je gedroogde kippen/koemest, (zeewier)kalk, houtas en eventueel het gesteentemeel uit op je veld en schup je dit wat onder in de bovenste 20cm, op deze manier wordt de grond ook wat losgewerkt.

Et voila! Nog net een kaarsje branden voor wat regen en het grootste werk zit er op! (op het knippen na dan toch)
 

Gedroogde koe/kippenmest, (zeewier)kalk, houtas en gesteentemeel zijn alle vier biologische ‘meststoffen’, we raden iedereen aan biologisch te kweken. Op deze manier houd je het bodemleven actief, dit zorgt ervoor dat je bodem een buffercapaciteit krijgt. Door deze buffer hoef je je weinig zorgen te maken over voedingsproblemen, hiernaast bevordert dit ook het waterhoudend vermogen in grote mate en zal je geen water moeten geven.

Een gezonde bodem

= een gezonde plant en verhoogde droogtetolerantie

= weinig voedingsproblemen

= weinig ziektes, schimmels en plaaginsecten.

Hoeveel je van elke component moet gebruiken voor het beste resultaat moeten we zelf ook nog wat uitzoeken. De kalk en de meststoffen strooi je niet allemaal in het begin, de wortels van jonge planten kunnen niet goed tegen een overdaad aan meststof en kunnen hierdoor zelfs afsterven. Strooi minstens in twee keer, maar beter 3 tot 5 keer doorheen het groeiseizoen met meer Kalium en Stikstof van zodra de planten in bloei staan.
Om een ruw idee te geven: wij gebruiken voor 25 planten circa 40 kg gedroogde mest, 5kg kalk, 5kg houtas,10kg gesteentemeel en bijvoeding in bloei met Patentkali, houtas of smeerwortelbladeren.

 
Kweken op natte of schrale grond 

Vind je echt geen goede plaats buiten op een vochtige of natte grond, bijvoorbeeld in het riet. Dan moet je potgrondzakken aanbrengen om op een verhoogd bed te kweken. Op deze manier kunnen de bovenste wortels wel aan voldoende zuurstof. De eenvoudigste oplossing is om een gat van 15cm in de grond te schuppen, de onderkant van een 40/50l zak potgrond af te snijden en deze in het gat zetten. Hierna snij je ook de bovenkant eraf, meng je gesteentemeel en wat kalk door de grond en prik je luchtgaten in de zijkanten. De zakken verstevig je best door takken in de grond te kloppen.

Is de enige goede plaats dat je vind een schrale grond zoals grasland of slechte grond schup je best plantgaten en vul je deze met minimum 40l potgrond. Vermiculiet, compost of cocosbricks kunnen helpen om meer regenwater vast te houden rond de wortels van je plant. Onderschat dit werk niet, je zoekt beter naar plek wat verder weg maar met goede grond.



Zadenkeuze.


Als je een perfecte plaats hebt gevonden en je de voorbereiding niet als een ouwe hoer doet komt er nu het interessantste en verschrikkelijk belangrijk deel van de voorbereiding: alle soortjes kiezen die je dit seizoen wil kweken.
Veel beginnende buitenkwekers maken jammer genoeg grove fouten bij hun zaadkeuze. Dan mag het weer nog fantastisch zijn, je spot uitermate zonnig en daarbovenop mens-konijn-en slakvrij zijn. Kies je voor zaden van slechte buitenplanten oogst je op het einde van de rit vooral rot. Of wiet dat het roken niet waard is.

Er zijn verschillende categorieën van soorten; de normale photoperiod planten die vooral binnen of andere delen van de wereld worden gekweekt. Zet je ze hier buiten moet je verduisteren of bepaalde soorten die afbloeien in november kan je oogsten als je ze bij slecht weer binnen kan zetten (of in een serre kweken, wat zonder ventilatie wel slechter is door de hoge luchtvochtigheid in een serre).


De lichtgevoelige planten of vroegbloeiers die vroeger beginnen te bloeien dan pas wanneer er buiten 12u donker is. Deze categorie wordt ook wel ‘semi-autoflower’ genoemd, hoewel dit technisch gezien een foute benaming is. In deze categorie is een heel spectrum aan oogstdatums te vinden. De aller vroegste soorten kan je tegen half augustus oogsten, de vroege de eerste week van september, de gewone week 2-4 van september en de late soorten in oktober.
De meeste van deze planten kunnen binnen voorgegroeid en gestekt worden met een regime van 18/6.  Maar de vroege (dus extra lichtgevoelige) soorten kunnen onder 18/6 al bloeien, 20/4 tot 24/0 kan dan redding brengen voor zij die willen stekken. Het wordt hier en daar aangeraden om ook de zaadplanten op 24/0 te starten, we hebben hier zelf echter nog geen ervaring mee, maar gaan dit volgend seizoen zelf wel testen.


Daarnaast zijn er nog autoflowers. Dit zijn daglichtneutrale planten, ze zijn simpel gesteld een wekker die na een bepaald aantal dagen afloopt. Voor de gemiddelde autoflower is dit van 65 tot 80 dagen na ontkieming. Maar er bestaan ook -door de marketing machine vernoemde- super auto’s. Wat gewoonweg betekent dat deze na pakweg 120 dagen afgebloeit zijn en daarom groter kunnen worden. Verder is er weinig ‘super’aan.

Dat gezegd zijnde raden wij iedereen aan om resoluut te kiezen voor de vroege (lichtgevoelige/semi-auto) soorten. Deze zijn jarenlang ontwikkelt en geperfectioneerd om buiten gekweekt te worden. Een ‘breeder’ van binnensoorten denkt bijvoordbeeld zelden aan rotgevoeligheid of een vroege oogstdatum. Het klopt inderdaad dat de voorouders van elke binnensoort buiten werden gekweekt, maar Nederland is Jamaica niet!

Zoek daarna ook wat rookverslagen op voordat je je keuze maakt. Na al het harde werk slechte wiet oogsten is verschrikkelijk jammer toch? Zeker als je weet dat je met goed uitgekozen soorten binnen kwaliteit buiten kan kweken. Maar dan op grotere oppervlakten en zonder elektriciteitsrekening.



Feminized vs. Regulier


De laatste tijd is de vraag naar feminized zaad groot. De voordelen wegen in veel gevallen echter niet op tegen 1 groot nadeel: Er zijn weinig zeer goede buitenplanten in feminized versie te verkrijgen. Niet dat vrouwelijke zaden van deze planten moeilijk te kweken zijn, het wordt gewoon bijna niet gedaan.

Dus de bottomline hier is: Feminized zaad op zich is prima, het aanbod jammer genoeg beroert. Laat je keuze niet enkel hierop uitgaan want dan beland je al snel bij zeer middelmatige soorten van de grote zaadbanken en/of autoflowers.

Bovendien kan je bij de meeste autoflowers al na 3 weken de mannetjes eruit halen. Bij de semi-auto’s na circa 4-6 weken en bij de laatste soorten omstreeks half juli. Op dat moment staan de planten elkaar nog niet hard in de weg. En van zodra je de mannetjes eruit haalt kan je de overgebleven vrouwtjes makkelijk met een stok en een touw ombuigen naar de lege plaatsen. Wij doen het altijd op deze manier. Moet je geen plantgat verspillen aan een man, maar kan je toch de beste buitensoorten kweken ook al vind je deze niet in feminized versie.




Wat niet doen?
Buitenzaden kopen van de grote bekende zaadbanken (Greenhouse, DutchPassion, RoyalQueenSeeds, … ), hoewel zij zeer goed zijn in hun job voor de binnenkweker, zijn zij dit zeer zelden ook voor de buitenkwekende wietliefhebber. Het is niet hun prioriteit, er zit amper vernieuwing op en vooral: ze kweken deze zaden voornamelijk in Spanje of Portugal. Daar kan je ook olijven, mandarijnen en mango’s kweken. Niet bepaald representatief voor ons klimaat. En daarbovenop ze nog duurder ook! Afblijven.

Wat wel doen?
Kies eerder voor soorten of voor zaadbanken die hun krachten focussen op het betere buitenwerk. De Denen kennen al een tijd bekendheid hier in Nederland, maar hebben dikwijls een nogal open (fluffy) budstructuur. Dit is perfect om rot tegen te gaan, maar ziet er minder goed uit. Canadese strains kunnen hier een antwoord bieden. Het zijn ook planten die zich al jaren buiten bewijzen, maar de Canadesen zijn fierder op hun compacte toppen en dikwijls superieure potentie van de uiteindelijke wiet.


Je vindt op verschillende Nederlandse en buitenlandse fora (vb. wietforum, unleashdagreen, seedshare, icmag, ..) veel verslagen. Lezen = weten.


Goede buitenzaadbanken kunnen zijn: RoyalCanadianMarihuanaCollective, Hybrids from Hell,  Serious Seeds…  Ook op seedheaven of growshopmarkt.nl kan je interessante soorten vinden. Maar probeer natuurlijk ook onze soorten. Wij testen al jaren de verschillende soorten van bovenstaande zaadbanken en maken zaad met onze lievelingsplanten.

Een goed idee is om al in februari of maart je keuze te maken en zaden te bestellen. Wiet zaad blijft lang goed en op deze manier weet je zeker dat je zaad niet te laat en je buitenseizoen naar de kl*te is.

 

Autoflowers vs Vroege soorten


Wij raden aan om te kiezen voor vroege soorten als basis en wat aanvullen met auto’s om al een vroege oogst te hebben.

De reden is dat er nog zeer weinig robuuste autoflowers bestaan die net zo goed tegen het slechte weer kunnen dan de beproefde vroege soorten. Als het regent tijdens de laatste 3 weken van hun bloei rotten er veel soorten auto’s weg. Bovendien heb je met autoflowers ook meer werk en een pak minder opbrengst. Voor oogsten vanaf het einde van augustus kies je dus best voor de grotere vroegbloeiers die het al jaren buiten bewijzen.
Wil je echter al een eerste kleine oogst vanaf eind juni (tot half augustus) dan geeft de autoflower eigenschap wel zijn voordeel. Begin April ontkiemt betekent dan half juni oogst, eind juni de eerste rokertjes.

Wij kennen maar een viertal soorten auto’s die buiten ‘ontwikkeld’ zijn, bijna allemaal worden de soorten en de zaden binnen gemaakt. Zo’n binnen-luxebeestje kan er buiten anders uitzien dan binnen. De foto’s die je van autoflowers meestal ziet zijn van planten gekweekt onder lampen met een lichtregime van 24/0. Zoveel licht zullen je planten buiten nooit krijgen.  Wij hebben bijvoorbeeld al gemerkt dat er enorm veel soorten zijn die veel minder compacte toppen aanmaken of die er een maand langer over doen om af te bloeien.


Hier komt bij dat als een autoflower tegenslag heeft door bijvoorbeeld slakkenvraat, langdurig slecht weer etc. dat zij dit niet meer zo goed kan inhalen en dus kleiner zal blijven, aangezien de wekker gewoon door tikt.

 


 Voorgroei. 


Hoewel het mogelijk is te zaaien op je guerilla spot, doet bijna niemand dit. De voornaamste reden is dat cannabiszaad duur is en je het de best mogelijke kansen wil geven om op te komen. Heb je zelf een zaadkweek gedaan, dan is het een leuk project om je aan te zetten. Vergeet dan zeker niet dat muizen, konijnen en duiven houden van de malse kiemblaadjes. Afrastering zal bijgevolg zeker nodig zijn als je dit succesvol wilt doen. Een zak zaai- en stekgrond kan ook een goede aanwinst zijn. Verder  start je hier best vroeg mee (april) zodat de jonge plantjes genoeg water vinden in hun eerste levensweken.

 Veel meer wordt er gekozen om thuis de jonge planten voor te groeien om ze uit te planten eens ze voorbij de kritieke jonge fase zijn. Dit kan zowel in de kas onder licht als in een koude bak, serre (of vensterbank).
 

Kieming


Er zijn verschillende kiemmethoden, discussies over wat de beste is kunnen zwaar oplopen. Om te kiemen hebben zaden nood aan: water, zuurstof (lucht) en voldoende warmte. Hoe je dit geeft vind ik zelf minder belangrijk, cannabiszaad is namelijk zeer flexibel.


Een veel gebruikte methode is het kiemen van het zaad tussen vochtige huishoudrol. Opgelet vochtig is iets anders dan zeik nat. Deze methode geeft het zaad voldoende zuurstof en heeft als voordeel dat je de net ontkiemde zaden makkelijk kan herkennen en oppotten.


Zelf verkiezen wij een andere methode, namelijk het voorweken van de zaden in een glas water met wat kelp zeewier bij. Eerst zal waarschijnlijk een deel van de zaden op het oppervlak drijven, maar naarmate de zaden water opnemen zullen ze naar de bodem zakken. Opgelet! Dit is echter een milieu zonder zuurstof. Laat de zaden nooit langer dan 24u in het glas zitten, het noemt voorweken voor iets.

Als je haast hebt kan je een paar druppels waterstofperoxide (te verkrijgen bij de meeste apothekers) aan je kiemwater toevoegen voor een snellere kieming. Hiermee kan je ongeveer 1 dag ‘winnen’.


KELPWATER


Kelp (Acophyllum Nodosum) en andere zeewieren zijn een zeer goede aanvulling aan je voeding arsenaal. Te gebruiken als kiemwater, water geven aan jonge planten en als bladvoeding vernevelen.

Voordelen:
                           Betere wortelgroei door hormoon citokinen
                           Als foliar: suikers vrij maken om stress te verlichten
                           Zaden kiemen: betere weerstand jonge planten
                           Foliar: Kalium bemesting
                           Foliar: Tegen meeldauw, bacterial leaf spot
                           Zeer groot aanbod aan micro-nutrienten waarvan sommige in zeer weinig bodems                                      beschikbaar zijn.

Je kan de vloeibare versie Alg-A-Mic kopen van Biobizz. Een andere oplossing is gemalen kelp, te vinden bij online growshops of verkocht als paardenvoeder. De korrels week je dan minstens een nacht in water.



Oppotten


Hiervoor gebruik je best zaai-en stekgrond deze is vrij van ziektekiemen, houdt goed water en lucht vast en bevat amper voedingstoffen wat veel beter is voor de prille wortels. Bij te veel voedingstoffen zouden deze kunnen ‘verbranden’.
Voor de moestuiniers: bladcompost van 2 jaar is ook een zeer goede keuze.

Dit is de ideale moment om (foto) sporen toe te voegen. Des te vroeger de wortels en de schimmel samenkomen, des te beter hun verdere ontwikkeling.  Meng de sporen gewoon door je potgrond. Hetzelfde kan je doen met gesteentemeel.

Mychorrizae is een familie van zwammen die in symbiose met de wortels van planten leven. De planten krijgen er dan als het ware het volledige myceliumnetwerk van de zwam bij als ‘wortels’. Planten die zo’n samenwerking met een zwam aan gaan, doen het beduidend beter. Ze hebben minder last van droogte, groeien sneller en kennen minder stress. Je kan sporen van deze schimmels kopen. De soorten die een relatie kunnen aangaan met cannabis zijn de Endo mycorrhiza’s Glomus intraradices en G. mosseae.  Het sporenpoeder moet in contact komen met de jonge wortels, meng dit dus best door je zaaigrond.

Breng de potgrond daarna op de goede vochtbalans door geleidelijk aan water met je handen door de grond te mengen. De ideale hoeveelheid heb je bekomen als er maar een enkele druppel uitlekt als je wat potgrond samenknijpt in je hand. Voer dit correct uit, een te vochtige grond is een veel gemaakte beginnersfout. Te vochtig betekent namelijk minder zuurstof en meer risico op wortelziekten.

Als potjes gebruiken wij wegwerpbekers van 250 tot 400ml. Als je je planten buiten wil zetten of van onder water wil geven boor je gaatjes in de bodem. Als het doorzichtige bekers zijn moet je dit afplakken met donker papier of tape. Wortels kunnen namelijk niet tegen licht. Dit is een budgetmanier die wij al jaren met succes toepassen, maar je moet geen Einstein te zijn om te  beseffen dat de pot weinig tot geen invloed zal hebben op het eindresultaat.


Enkele vuistregels:


                           Meer grond = meer water buffer = minder vaak water geven.

                           Gaten in de bodem zorgen ervoor dat je langs onder kan water geven. Als je planten in                              een regenbui te recht  komen, kan hierdoor het overtollige water ontsnappen zodat er                              geen zuurstofarme situatie ontstaat.

                           Roottrainers worden ook geregeld gebruikt en hebben als voordeel dat ze compact zijn                              en toch de wortels veel  plaats geven. Als nadeel staat hier hun kostprijs tegenover en is                            door verminderde potgrond minder buffer voor water. Na twee (tot drie) weken worden                            de planten te groot voor de roottrainers. Bovendien gaan deze dingen vrij snel stuk.

Tijdens het oppotten vul je je potten tot op de rand met vochtige potgrond en druk je kort aan, hierdoor komt de  potgrond tot ongeveer 1a2cm onder de rand. Hier leg je je zaden op en duw je aan met je wijsvinger. Als alle zaden zijn gelegd strooi bedek je de potten tot op de rand met de potgrond en water * je een klein beetje in het midden. Nu zal het 2 tot 5 dagen duren voor de planten boven komen. Zet de potten nog niet onder licht dit is  verspilling van elektriciteit. Nu duurt het lang voordat je terug de eerste keer water moet geven. Gemiddeld  gezien doen wij dit circa 6 dagen nadat het jonge plantje boven is. Dit is natuurlijk afhankelijk van een hoopfactoren, hef dus gewoon de pot op om te wegen hoeveel water er nog in zit.

*wij wateren onze jonge planten altijd met Kelpwater

 


De Jonge Groei.


Als de planten boven de grond komen kan je ze verhuizen naar je kweekkast, serre, koude bak of vensterbank.
Tijdens de eerste weken zijn de planten het kwetsbaarst voor ziektes, bovendien resulteert stress in deze fase op proportioneel veel mannen, let er daarom op dat:

Als je voor groeit onder lampen is het belangrijk op te merken dat de meeste buiten genetica zeer licht gevoelig zijn. In het extreemste geval houden ze echt niet van kunstlicht. Kweek de planten daarom best op een 18/6 tot 24/0 regime dat aansluit bij de uren van zonsop- en ondergang. Bijvoorbeeld van 5u00 tot 23u00 licht. Dit om de shock bij het buiten zetten te minimaliseren.

Als de planten door omstandigheden toch wat gestrekt zijn graaf je ze gewoon dieper in, een lange stengel is niet stevig genoeg om guerilla te zetten. Ook wind zorgt voor sterkere stengels zorg daarom altijd voor luchtverplaatsing. Fannetjes kan je makkelijk uit oude computers vijzen en aan een 9 tot 15Volt adapter hangen.
 

Tijdstip


Het vroegste dat wij ooit Guerilla planten hebben ontkiemt was 20 maart, het laatste 10 juni.
Dit gezegd zijnde gaat de voorkeur uit naar begin april, deels afhankelijk van de weersvoorspellingen, deels van wanneer we er tijd voor hebben.

In April ontkiemen en uitplanten heeft een aantal voordelen. Ten eerste maken de  jonge planten in april weinig kans op lange perioden zonder regen en dat de grondwaterspiegel dan ook iets hoger ligt. Hierdoor hebben de planten rustig de tijd om voldoende wortels aan te maken en diep in de bodem door te dringen. Cannabisplanten maken enorm lange wortels (in ons platte landje meestal tot aan het grondwaterlevel) en eens ze gesettled zijn hebben ze geen enkele vorm van water geven nodig.

Ten tweede betekent vroeger uitplanten een langere vegetatieve groeiperiode en zullen je planten dus groter worden.


Ten derde oogst je dikwijls een week vroeger als je voor mei uitplant. En ten vierde heb je nog een tweede plantkans als de slakken bijvoorbeeld met je jonge planten aan de haal gaan.

 



3.     Uitplanten



Het uitplanten doe je ongeveer drie weken na de ontkieming, de plantjes zijn dan circa 10cm en hebben 4 grotere bladeren . Des te groter je potjes voor de zaailingen des te langer dat je kan wachten, maar ook des te meer gewicht dat je naar je plek moet zeulen. Het is niet verstandig om het uitplanten te lang uit te stellen aangezien de planten dan ‘rootbound’ kunnen worden. Hierdoor raken ze gestressed en beginnen sommigen vroegtijdig te bloeien. Dit kan nog goed komen, maar het kan ook zijn dat je plantje vanaf dan helemaal ‘loco’ wordt en rare dingen gaat doen. Kortom: niet te lang wachten, gewoon gaan planten.


Voor je vertrekt best nog water geven thuis, water in flessen meenemen is ook een optie. Als je het hebt liggen is kelp water een uitstekende keuze om de transplantatie stress te verminderen. Moest je Mycorizhae vergeten zijn, is dit je laatste kans om ze toe te voegen aan je plantgat.

Als je planten hebt met lange, gestrekte steeltjes kan je deze nu best wat dieper planten.

Druk de grond goed aan en geef eventueel water (wij doen dit zelf nooit).

Vergeet ook je labels niet mee te nemen en te plaatsen! Teken ook voor alle zekerheid een plan van je spot waar je de soorten op aanduid.


Bescherming tegen dieren


Een ander belangrijk deel van je opstelling is het afweren van dieren die graag groene blaadjes lusten:

Slakken


Er wordt veel gevloekt onder de guerilla growers over die verdomde slakken. Ze kunnen -vooral als de planten nog jong zijn- je kweek totaal verwoesten.  Hier kan je geluk en pech hebben met je guerilla plek. Op sommige plaatsen zie je er geen een, op andere krioelt het. 

Er bestaan allerhande middelen om slakken te doden, maar aangezien je in de natuur kweekt is het een onetische en onbegonnen strijd om alle slakken uit de omgeving uit te schakelen. Als er enorm veel slakken zijn, kan je soms niet anders dan korrels strooien. Maar voor alle andere plaatsen is er gelukkig een simpele oplossing: Koper! Slakken krijgen een schok als ze hierover proberen te kruipen. Leg je dus een ring koper rond je plant, kan er geen enkele slak bij je plant komen. Let wel op dat er geen bladeren op de grond hangen en dan je plant geen onkruid raakt, want slakken kunnen dit gebruiken als brug om hun buikje vol te eten met jouw sappige zaailingen. Om extra beschermd te zijn kan je extra lavagrit schelpenzand of gebroken eierschil rond je plant strooien.


Slakken houden bovendien niet van de geur van look, hysop of tijm. Bij het uitplanten strooien wij elk jaar een groot aantal knoflookbollen in het rond. Een groot deel  hiervan schiet op als plant. Naast slakken houden er heel veel insecten en grotere dieren niet van de geur van look, een kleine en makkelijke investering dus!

 

Konijnen, Reeën, Muizen, Duiven


Slakken zijn jammer genoeg niet de enige die graag aan je blaadjes knabbelen. Ook konijnen, hazen, muizen, reeën (en soms duiven) verdoen zich graag aan een vers groen blaadje.

Voor deze geldt 1 regel: zet gaas rond je jonge planten. Als ze groter zijn dan circa 50cm blijven de muizen, konijnen en duiven er af. Zitten er reeën in je omgeving heb je wat pech en als je zeker wil zijn, moet je een hoge kippengaas rond je veld plaatsen. Een makkelijkere manier is om de reeën af te schrikken met geur. Er bestaan commerciele producten voor, maar je kan ook je hond meenemen, urineren in de omgeving en look & chilipeper of assen strooien. Aan al deze geuren hebben konijnen ook een hekel.
Muizen en duiven zijn meestal pas echt een probleem als je zeer jong uitplant of rechtstreeks zaait op je plek.



4.     Mannetjes weg halen


Als je naar je planten gaat is het enorm belangrijk om nooit paadjes achter te laten in de begroeiing waarvan andere mensen de 'ingang' kunnen zien, loop liever wat om en vermijd wandelen in rechte lijnen. Wil je geen rippers is dit een basis discipline die je moet respecteren.


Bij de meeste autoflowers al na 3 weken de mannetjes eruit halen. Bij de vroegbloeiers na circa 4-6 weken en bij de laatste soorten rond eind juli. Op dat moment staan de planten elkaar nog niet hard in de weg. En van zodra je de mannetjes eruit haalt kan je de overgebleven vrouwtjes makkelijk met een stok en een touw ombuigen naar de lege plaatsen.












Let bij het sexen wel op dat je de aller kleinste bloemblaadjes niet aanziet als vrouwelijke pistils. Deze kunnen namelijk ook wit lijken.




 












5.     Verzorging



Bijmesten


Minstens 1 keer bijmesten is ten zeerste aan te raden, bemesting verspreiden over meerdere keren is nog beter. Doe bijvoorbeeld als je planten ongeveer 1m hoog zijn en nog eens als ze goed beginnen bloeien. In de groei bemest je gewoon bij door gedroogde koemest te strooien. In de bloei hebben de planten veel nood aan Kalium wat de gedroogde koemest moeilijk in grote aantallen kan leveren. Een specifieke kaliumbemesting is dan aan te raden: Mulch met smeerwortelbladeren, strooi houtassen, patentkali of geef bladbemesting met bijvoorbeeld Kelpwater.




 
Voedingstekorten foto

 

 





Schimmel & Rot tegen gaan


De soorten die volledig zijn aangepast aan het buiten leven hebben geen verzorging nodig. Je kan ze gewoon laten staan zonder er naar om te kijken. In een goed jaar geldt dit voor bijna al onze soorten. In een slecht jaar, met regen tijdens de laatste weken, zijn er jammer genoeg maar een klein aantal soorten die zware beproevingen zonder hulp weerstaan (vb. Ierdbei, Purple Maroc, Dart). Vroeg kunnen oogsten brengt weinig hulp als het de laatste week van augustus en de eerste week van september constant regent. Om in zo’n slechte omstandigheden ook te kunnen oogsten kies je voor enorm sterke rassen of help je de andere soorten een handje om rot en schimmel tegen te gaan.






 








 

Basisvereisten: 

                                        - Zonnige plek met ochtendzon. Zodat de ochtend dauw snel verdampt.

                                        - Plek die niet afgeschermd is van de wind. Wind droogt na regen en dauw.

                                        - Planten niet te dicht bijeen. De wind kan er dan niet bij om te drogen.                                                                Bovendien verdampen alle bladeren vocht.

                                        -Geen voedingstekorten.De meest voorkomende schimmel botrytis heeft het                                                 makkelijk een verzwakt blad aan te vallen. Bijbemsten en  slechte bladeren                                                   verwijderen zijn cruciaal.

 
Haal tegen het einde van de kweek, als de planten goed in bloei staan en de kans op schimmel groter wordt, de slechte bladeren weg. Hierdoor kan botrytis zich  moeilijker vestigen op je plant. Neem het blad gewoon vast aan de basis en knak het eraf. Met een schaar blijft er dikwijls een stukje steel achter dat makkelijk schimmel of rot pakt en zo de rest van de knop of plant kan besmetten

Als er al rot is, knip dit dan weg. Voordat je je schaar opnieuw gebruikt dop je deze om veilig te zijn in water met 1/3 azijn. Dit ontsmet en zorgt dat je geen schimmelsporen achterlaat op je snijwonden. Je kan ook gewoon de volledige knop wegknippen, als je schaar het rot niet raakt is ontsmetten niet nodig. Heb je rot ontdekt, onderzoek de rest van de plant dan grondig en kom na een week terug om te checken.

Heb je rot aan je stam dat nog niet te diep zit kan je dit behandelen met waterstofperoxide, draag wel handschoenen want het is nogal corrosief.

Aangezien bladeren water verdampen tijdens de fotosynthese mogen de planten niet opeen gepropt staan. Dieven kan in dit opzicht ook helpen rot te voorkomen. Dieven is het wegnemen van de kleine scheuten die toch nooit mooie toppen gaan worden. Deze komen dikwijls voor aan de onderkant en binnenin de plant.

Zoals al aangegeven in helpt basaltmeel in combinatie met organisch kweken door silicium vrij te geven waardoor de plant sterkere cellen heeft en zo beter bestand is tegen indringers zoals rot. Je kan ook silicium meegeven met bladvoeding met Potassium Silicate.

Een extra bescherming waarvan het bewezen is dat deze goede resultaten kan behalen is het besproeien van de planten met compost thee. Tijdens het brouwen van deze compostthee vermeerdert het microleven van de compost exponentieel. Als je dit over je planten benevelt hechten de goede bacteriën, schimmels en andere zich aan de bladeren en helpen de plant bij de verdediging tegen indringers. Dit is veel werk, maar kan in slechte jaren (of voor gevoeligere planten) het verschil maken tussen enkel rot oogsten of ook nog intacte knoppen overhouden.

Een goed recept voor compostthee is:


70g zwarte, lekker ruikende, rijpe compost; 1.9g basaltmeel, 15g black strap molasses, 7g Kelpmeel, 3liter regen water(of kraantjeswater dat je een nacht open hebt laten staan zodat het chloor verdampt is)

(microbeorganics.com)


Dit doe je samen in een emmer waarin je twee van die luchtborrelstenen voor de vijver in steekt. Dit laat je meer dan 24u en minder dan 48u staan zodat het microleven zich kan vermeerderen. Compost thee is levend en daarom niet te bewaren, het microleven valt bijvoorbeeld elkaar aan om te overleven als  de voeding of de zuurstof weg is. Dit betekent dat je op voorhand moet plannen wanneer je de planten met compost thee wil gaan behandelen. Voor je vertrekt zeef je de compost thee twee tot drie keer met fijne gaas (vb. nylonkous of zakdoek) zodat je spuitbus niet verstopt.

Ook besproeien met kelpwater heeft al zijn nut bewezen. Andere zweren bij potasiumbicarbonaat.

Het is altijd aan te raden een uitvloeier toe te voegen aan het water bij het besproeien van de bladeren. Een uitvloeier zorgt dat de oppervlaktespanning van het water daalt. Dit betekent gewoon dat de grote druppels die met normaal water op een blad zouden liggen, uitgestrekt worden waardoor dat heel het blad bedekt is. Zeep is bijvoorbeeld een uitvloeier, gebruik bij voorkeur natuurzeep zoals bruine of groene zeep. Werk je met compostthee of heb je  een voorkeur voor volledig organisch kan je de gemalen wortel van yucca gebruiken (te koop op internet als oa ‘yucca extract’, gebruik circa 1.3g/l) , aloe vera (gevriesdroogd poeder van 200:1), een andere mogelijkheid is om het spoelwater van quinoa te gebruiken.

Om het verstoppen van je spuitbus te voorkomen is zeven door een zakdoek of nylonkous meestal nodig.

  


Voor oogst stress


 Vele (binnen)kwekers zorgen voor extra stress helemaal op het einde van de planten hun leven, vanaf een week voor het oogsten. De plant maakt dan naar verluid in een laatste wanhoopspoging extra kristallen aan. Dit kan je bijvoorbeeld doen door de stam te splijten en er een stokje door te steken of de schors van een stuk stam te snijden. Hieraan verdienden de Acapulco of Columbia Gold hun naam. Men laat daar de planten ‘geel’ sterven  in het veld.
Zelf hebben we hier echter geen ervaring mee en lijkt het ons misschien niet het beste idee om dit te doen als het weer niet droog is.

  


6.     Oogst



Heb je alle aspecten van de kweek goed gedaan en je geen extreme pech hebt gehad met bijvoorbeeld het weer valt er eindelijk te oogsten! Meestal valt de volle oogstijd in september.

Oogsten doe je als de trichomen (de kristallen) beginnen te verkleuren, dit kan je bekijken met een vergrootglas met versterking 60, dit is voor weinig geld te vinden op Ebay. 






























Heb je geen ‘budscope’ kijk dan naar de bruine haartjes. Is ongeveer 80% bruin ipv wit kan je oogsten.

Let op!  Wees niet ongeduldig. De knoppen nemen in hun laatste twee weken aanzienlijk in gewicht toe. Te vroeg oogsten telt dan ook door op de weegschaal en in effect.

Liefhebbers van een heady, up high richting sativa kunnen bij sommige soorten dit effect verkrijgen door vroeger te oogsten. Laat je de planten langer staan dan de ‘optimale oogsttijd’ kan je van dezelfde soort een meer een indica, body effect krijgen. Dus niet enkel de soort en het phenotype van de plant, maar ook de oogstijd/’kleur van de trichomen’ bepaalt het uiteindelijke profiel van je high/stone. Zoals aangegeven in de foto.

In twee keer oogsten van dezelfde plant is perfect mogelijk als je genoeg bladeren aan de plant laat. Op deze manier kan je het verschil eens testen tussen verschillende oogsttijden.

Als je vertrekt om te oogsten, vergeet dan zeker niet om minstens 1 vuilniszak per plant mee te nemen, op deze manier houdt je de verschillende soorten makkelijk uit elkaar. Vergeet ook niet dat twee planten van dezelfde soort een andere pheno en dus ook een andere high/stone kunnen hebben. En vergeet natuurlijk ook niet het label mee in de vuilniszak te steken tijdens het oogsten.

Oogsten in de regen of als de planten nat zijn is niet aan te raden, maar als het praktisch niet anders kan, knip thuis dan direct de meeste bladeren van de takken en hang ze te drogen met voldoende luchtverplaatsing door er een of meerdere ventilators op te zetten.
Toen we dit 1 keer niet deden omdat het al laat op de avond was, hadden we al na 12u beschimmelde toppen liggen.




7.     Knippen, Drogen, Curen



Voor het drogen zijn 5 zaken belangrijk:

                                                                                            Donker
                                                                                            Luchtverplaatsing
                                                                                            Luchtvochtigheid
                                                                                            Temperatuur
                                                                                            Geduld

Voor optimale kwaliteit knip je best de natte toppen direct zoals je ze graag zou roken. Heb je meerdere planten knipwerk is dit echter een hele klus. Daarom kiezen wij meestal voor de middenweg en knippen eerst alle grote bladeren van de plant en als er daarna nog tijd over is geven we ook de toppen een ruwe knipbeurt.

Daarna hang je de planten ondersteboven aan een ‘waslijn’. Zorg ervoor dat ze elkaar niet veel raken. Je knoppen neerleggen is niet het beste idee, dit trekt nogal makkelijk schimmel aan. Kleine toppen moet je natuurlijk wel neerleggen, maar doe dit dan bijvoorbeeld op gaas. Hang met een wasknijper de respectievelijke naamkaartjes  aan de waslijn.

Zorg ervoor dat je droogkamer volledig donker is, een afgeknipte plant is niet direct dood en leeft nog circa 2 tot 3 dagen verder als er licht zou zijn. In zijn levensstrijd zou hij THC e.a afbreken om te kunnen overleven.

Nog belangrijker is luchtverplaatsing. Hangen er weinig –droge- planten in een grote kamer, dan is dit minder cruciaal. In andere gevallen gebruik je best ventilators om de lucht in je drooghok te verplaatsen. Dit geeft schimmels geen kans om zich te nestelen en bevordert het drogen gevoelig. Plaats de ventilators wel niet (langer dan 24u) recht op je toppen behalve als ze nat waren of je het niet vertrouwd.

De luchtvochtigheid in de kamer is ook belangrijk, maar dit vormt meestal geen groot probleem binnenshuis. Hang je echter veel planten op een kleine ruimte is het raadzaam om de eerste dagen vocht uit de lucht te halen met vochtvreters. Ga hier voor de goedkoopste pakken, merken in dit soort bulkstoffen zijn flauwe kul.

Droog je planten in geen geval met verhoogde temperatuur, de professionals drogen zelfs onder kamertemperatuur. Je knoppen zullen geur en smaak verliezen aan hoge temperaturen of een te snel droogproces. Het effect blijft wel ongeveer hetzelfde, dus kan je echt niet wachten kan je snel drogen door een enkele knop fijn te knippen. Dit gaat niet aangenaam zijn voor de keel, maar geeft je al wel een  idee wat het effect zal zijn.

Afhankelijk van onder andere de grote en dichtheid van de knoppen duurt het drogen van 5 dagen tot twee weken. Als algemene regel stelt men geregeld dat de kleine takjes moeten kunnen knakken ipv buigen. Belangrijk is om de knoppen niet volledig uitgedroogd te hebben anders kan je ze niet meer  ‘curen’.


Het Cure Proces


Het curen van wiet is het bewaren van (bijna) droge toppen op zo’n manier dat de wiet er rijper door wordt. Het chlorophyl wordt afgebroken en de hooi smaak verdwijnt. Zonder te curen is het roken meestal hard voor de keel.Tijdens het curen veranderen er ook verschillende stoffen van gedaante. THC wordt bijvoorbeeld deels omgezet in andere canabinoiden. Ook zijn de smaak en geur pas op punt na een goede cure.
Om te curen knip je de gedroogde toppen van de takken en steek je deze in een afsluitbare plastiekdoos of zak voor slechts 12u. Door het afsluiten van de zak verspreid het vocht dat nog binnen in de toppen zit zich over heel de top. Hierna  rollen wij de gedroogde toppen in krantenpapier samen als een worst. Hier laat je ze ongeveer 1a2 weken in zitten in een niet verwarmde kamer. Check na 2 dagen wel best even of de toppen niet te vochtig zijn. Anders leg je ze nog 12 tot 24u open om terug te drogen.

De lucht in een cure pot heeft best een luchtvochtigheid van circa 62%. Een hygrometer in de pot is goed om het te leren, maar je kan dit ook gevoelsmatig doen. Belangrijk is om na de eerste periode van 12u in de pot, zeker te checken. Het vocht zal zich dan terug gelijkmatig over de plant verdeeld hebben. Soms merk je na 12u dat de wiet eigenlijk nog te nat was om in potten te steken, leg hem dan terug te drogen. Hoelang je moet curen hangt van soort tot soort af, als regel ligt dit ergens tussen de maand en de drie maanden.
Heb je de wiet te droog laten worden kan je dit eventueel terug op juiste luchtvochtigheid brengen met humidipaks 62%.

Bij het verwerken van de knoppen zal je merken dat je handen plakkerig worden. Heb je lang gewerkt, kan je een klein beetje hash van je vingers wrijven/schrapen. Dit wordt ‘hand-hash’ of charras genoemd en valt uiteraard te roken.
Om je handen te wassen, gebruik je een soort olie vb. olijfolie. Hierin lossen de kristallen snel op.



Hash maken met je knipafval


Met het knipafval kan je makkelijk Ice Hash maken, stop dit gewoon nat in de vriezer totdat alle oogst  geknipt is. Voor de beste kwaliteit gebruik je best geen ongeknipte toppen en koopje bubble bags of gaas van 220micron + 73micro + 25micron
Dan maak of koop je veel ijs, gooi dit samen met je bevroren knipafval in water en roer ongeveer 5min. Door de vrieskou van het water vallen de kristallen van het plantmateriaal. Na het roeren schep je zo veel mogelijk groen uit je water. De laatste resten zeef je er best uit met bijvoorbeeld een vergiet.
Hierna giet je het water door je bubble bags. Op deze manier worden restjes plantmateriaal achergehouden en houd je puurdere kristallen over. Bij de fijnste zakken gaat het doorlopen sneller als je de zak dicht knijpt en hier mee op en neer schud.

Belangrijk is dat je genoeg ijs gebruik, de temperatuur moet gedurende heel het proces minder dan 1'C zijn. Roeren doe je best met de hand. Met een verfmixer kan ook, maar dan ga je meer plantmateriaal tussen je hasj hebben. Bovendien kunnen de kistrallen ook openspringen.


Het drogen van de hasj moet zo snel mogelijk gebeuren zodat deze niet oxideert en schimmelt. Schep de hasj op bakpapier. Onder het bakpapier leg je veel keukenrol dat als spons zal werken. Na ongeveer 1 dag gebruik je een zeef als rasp om poeder van de hasj te maken. Op deze manier droogt deze sneller. Ga er dagelijks eens door met een bankkaart. Na circa 3 dagen mag het hasjpoeder curen in een klein glazen potje. Als de hasj niet vochtiger wordt in het potje is ie klaar voor consumptie na 3 dagen. Je kan hem dan persen als je wil.


Meer info: http://coloradobudblog.com/tutorials/extraction-tutorials/ice-water-hash-extraction/


Heb je geen bubble bags kan je voor mindere kwaliteit hash ook gewoon het water laten rusten totdat alle kristallen en mini deeltjes plant naar de bodem zijn gezakt en tap je het grote merendeel van het overtollige water af met een darmpje. Hierna kap je dit troebele water met kristallen over naar het langwerpstigste object dat je kan vinden, laat je de kristallen bezinken en tap je een tweede keer af. Daarna zeef je dit restje met bijvoorbeeld een zakdoek. De ‘modder’ die dan overblijft laat je drogen en voila! Een simpele ice hash is klaar voor gebruik! Opgelet! Dit kan serieus zwaar spul zijn.

Je kan natuurlijk ook spaceboter (gebruik koeboter! Geen plantaardige boter), olie of alcohol maken, maar hiervoor verwijs ik je door naar google.